Menu Sluiten

Eerste verweer van de tegenpartij

Het eerste verweer van 7 september 2016

Als eerste verweer komt de tegenpartij met een medische advies. Deze komt van de verzekeringsarts van ASR. De schuingedrukte teksten zijn citaten uit het medische rapport van de verzekeringsarts.

Ik probeer weer zoveel mogelijk bewijzen toe te voegen, in de vorm van de directe linken naar de bewijsstukken, of screenshots.

Uit het medische advies:

Stelling A:

De huisarts is sinds 2005 huisarts geweest van patiënte, verwijten van hiervoor zijn niet voor rekening van deze huisarts.”

Dit is juist, maar niet van toepassing. Na 2005 zijn er juist veel fouten gemaakt in onderzoek, diagnostiek en behandeling. Zie ook de 7 verschillende punten van de aansprakelijkheid. Bovendien had de huisarts wel de beschikking over het medische journaal van de voorgaande jaren. Hij kon hier dus wel dingen in opzoeken.

Stelling B:

*Hiervoor heeft de verzekeringsarts het NHG standpunt diagnostiek vitamine B12 deficiency gebruikt om uit te citeren. Echter, het NHG standpunt klopt niet helemaal op verschillende vlakken: 

“De klinische verschijnselen van een vitamine B12-deficiency zijn vaag en niet specifiek terwijl er geen test is waarmee met zekerheid kan worden vastgesteld dat de ervaren klachten aan het tekort toegeschreven kunnen/moeten worden. Overtuigend bewijs dat een tekort verband houdt met atypische klachten als duizeligheid, vermoeidheid vermindering van geheugen en concentratiestoornissen is er niet.”

Het eerste deel van het citaat:

“De klinische verschijnselen van een vitamine B12-deficiency zijn vaag en niet specifiek terwijl er geen test is waarmee met zekerheid kan worden vastgesteld dat de ervaren klachten aan het tekort toegeschreven kunnen/moeten worden.”

Mijn verweer hiertegen:

Verweer 1:

Uit de aansprakelijkheid punt 1:

Te zien in het medisch journaal van de huisarts, is dat ik tussen 2005 en 2011 ben geweest voor klachten die vallen onder een vitamine B12 tekort.

Ik ben in totaal zo’n 72 keer geweest met klachten die kunnen duiden op een B12 tekort. Ook in de jaren ervoor ben ik geweest met klachten die kunnen vallen onder een B12 tekort. Bij elkaar meer dan 100 keer. Dit zijn geen vage klachten, maar duidelijk en overal bekend als klachten van een vitamine B12 tekort.

Daarbij kwam ik ook met de in het NHG standpunt genoemde tintelingen. En was er eerder het vermoeden van neuropathie vermeld in het dossier, wat ook veroorzaakt kan worden door een vitamine B12 tekort. Er waren al meerdere aanwijzingen.

Zie bewijsstukken:

Het medische dossier van de huisarts (groen gearceerde klachten 2005-2011 en roze gearceerde klachten 1993-2005)

Symptomenlijsten op de pagina’s 30-34, 38-39, 40-42, 49-51 en pagina 52 van de map bewijsstukken. Op iedere lijst zijn eerdergenoemde klachten terug te vinden

Zie pagina 22 van de map bewijsstukken, bericht van deskundige

“Je kwam steeds bij de dokter met klachten van dit lijstje. 

Vooral de tintelingen en de vermoeidheid zouden al een reden moeten zijn geweest voor de huisarts om op B12 te prikken.”

“Dat is lange tijd niet gebeurd, maar je kreeg wel allemaal aparte diagnoses en deze hadden volgens mij nooit gesteld mogen worden omdat er niet op B12 was geprikt.”

Zie pagina 53 van de map bewijsstukken, Stichting B12 tekort, wanneer testen op een B12 tekort:

“Wanneer testen op vitamine B12?”

“Bij neurologische klachten, zoals tintelingen, onverklaarbaar vallen, verlies van positiegevoel, dingen omgooien, struikelen, moeilijk lopen, zenuwpijn, niet op de juiste woorden kunnen komen, verkeerde woorden gebruiken, doof gevoel in handen en/of voeten. Bij vermoeden van of diagnose van MSCVS/ME, fibromyalgie, burn-outPatiënten die bepaalde medicijnen gebruiken: maagzuurremmers (zoals Omeprazol, Pantazol, Nexium, Zantac) metformine, colchicine, neomycine, para-aminosalicylzuur, Questran”

Mijn verweer 2:

Wanneer er geen andere oorzaken worden gevonden voor de klachten, blijft er niets anders over dan het vastgestelde vitamine B12 tekort, waarvan gevaarlijk lage waarden zijn gemeten. En, als zoveel andere artsen  een vitamine B12 tekort wel herkennen, waarom kan dokter vd Berg dat dan niet?

 

Mijn verweer 3:

Naast de klachten die er waren, behoorde ik ook nog tot een aantal risicogroepen. Ook genoemd in hetzelfde stuk van het NHG, als welke de verzekeringsarts gebruikt. Alles bij elkaar had er dus veel eerder aan een vitamine B12 tekort gedacht moeten worden:

Als eerste viel ik in de (door de NHG vastgestelde) risicogroep voor een vitamine B12 tekort. Dit omdat ik sinds mijn 18e (dat is vanaf 1999) regelmatig vaak voor langere periodes van jaren Omeprazol gebruikte. Dit is een protompompremmer die erom bekend staat een vitamine B12 opnamestoornis te veroorzaken.

Huisarts was zeker bekend met het gebruik hiervan. Zie het medische dossier. En hij had bovendien zelf de informatie die hiernaar verwees, op zijn eigen website staan bij de informatie over vitamine B12 tekort. (Tevens stond op zijn website dat je bij een tekort en bloedarmoede een tablet vb12 van 1000mg zou moeten nemen. Ondanks dat die informatie helemaal niet juist is, hield hij zichzelf ook al niet aan dat voorschrift, maar schreef hij tabletten van 5mg voor, 200x zo weinig

Bewijsstukken:

Screenshot van de eigen website van de huisarts

Pagina 70 van de map bewijsstukken, B12 institute Oorzaken B12 deficiëntie:


“Drugs / medicijnen,Protonpompremmers (maagzuurremmers)”

Pagina 16 van de map bewijsstukken, Stichting B12 tekort, bericht deskundige:

“De opname van vitamine B12 wordt door maagzuurremmers verminderd. Dat geldt alleen voor de opname van B12 via voeding of tabletten, niet via injecties, omdat die het hele maag-darm-stelsel omzeilen.”

Zie pagina 53 van de map bewijsstukken, Stichting B12 tekort, wanneer testen op een B12 tekort:

“Wanneer testen op vitamine B12? 

  • Patiënten die bepaalde medicijnen gebruiken: maagzuurremmers (zoals Omeprazol, Pantazol, Nexium, Zantac) metformine, colchicine, neomycine, para-aminosalicylzuur, Questran”

Zie pagina’s 54-57 van de map bewijsstukken, NHG Standpunt diagnostiek vitamine B12 deficiëntie:

(Tevens werd dit ook beschreven in de NHG werkafspraak 2004 en de NHG standaard Anemie)

Het tweede deel van het citaat van de verzekeringsarts:

“Overtuigend bewijs dat een tekort verband houdt met atypische klachten als duizeligheid, vermoeidheid vermindering van geheugen en concentratiestoornissen is er niet.”

Mijn verweer 1

Er zijn diverse onderzoeken die aan hebben getoond dat de genoemde atypische klachten juist wel bij veelvoorkomende klachten van een vitamine B12 tekort horen. Ik gebruik hier als voorbeeld het onderzoek van de stichting vitamine B12 tekort.

Deze is gebaseerd op een jaar onderzoek op ruim 1500 mensen, in tegenstelling tot de kleinschalige en kortdurende onderzoeken die het NHG gebruikt om het artikel te onderbouwen. (Vaak zijn dit onderzoeken van enkele weken tot een maand op 5-10 personen).

Te zien aan de grafiek hierboven, is dat bijna 88% van de patiënten vermoeidheid ervaren. Bijna 69% ervaart concentratieproblemen, ruim 60% geheugenproblemen en ruim 50% duizeligheid. Met name de vermoeidheid en concentratieproblemen behoren tot de meest voorkomende klachten bij een B12 tekort.

Zie ook pagina 34 van de map bewijsstukken, B12 instituut:

Hoe vaak komen de symptomen voor?

In 2014 is door Hooper et al. een aan vitamine B12-tekort gerelateerde symptomatologie beschreven (Hooper et al., 2014). In een survey met een respons van ongeveer 1000 patiënten in Engeland, gepubliceerd in The British Journal of Nursing, hebben alle patiënten met een vastgesteld vitamine B12-tekort klachten van zeer gevarieerde aard.

De meest algemene:

  • 96% van de patiënten is (ongewoon) algeheel vermoeid
  • 87% wordt vermoeid wakker
  • 34% heeft glossitis
  • 30% haarverlies, aften, wazig zien

Neurologische klachten:

  • 78% heeft last van geheugenverlies
  • 75% slechte concentratie
  • 73% heeft benauwdheidsklachten
  • 66% onhandigheid / ataxie
  • 59% heeft duizeligheidsklachten
  • 56% heeft hartritmestoornissen
  • 50% afasie

Bovenstaande symptomen worden eveneens gevonden bij een survey van de Stichting B12-tekort (Visser et al., 2013).”

Bijzonder dat de verzekeringsarts het NHG stuk aanhaalt, aangezien te zien is in het huisartsen journaal, dat de huisarts juist denkt aan een vitamine B12 tekort omdat ik steeds over moeheid blijft klagen.

Daarnaast zijn er diverse diagnoses gesteld zonder eerst degelijk onderzoek uit te voeren. Deze diagnoses zijn geen ziekte, maar een klachtenpatroon. Deze diagnoses staan erom bekend dat zij niet gesteld mogen worden zonder eerst een lichamelijke oorzaak uit te sluiten of vast te stellen (bijvoorbeeld een vitamine B12 tekort). (zie ook het punt hierboven)

Een deskundige heeft aan de hand van de geschiedenis van patiënte en de daarbij horende medische informatie vastgesteld dat alle klachten/schade door het vitamine B12 tekort komen. Ook een arts heeft dit bevestigd aan de hand van de geschiedenis en bijbehorende medische informatie. Ook een neuroloog geeft aan dat de klachten passen bij een vitamine B12 tekort. Hoe konden zij dit doen als de klachten van een vitamine B12 tekort niet duidelijk zijn? Zie hier om de onderbouwingen te lezen van het vastgestelde feit dat alle schade door het B12 tekort komt

Stelling c van de verzekeringsarts:

“Betrokkene werd in 2009 naar een internist verwezen vanwege vage klachten, maar heeft daaraan geen gehoor gegeven en hetzelfde jaar werd zij ook onderzocht door een orthopedisch chirurg en een reumatoloog.”

Mijn verweer:

Ten eerste werd ik niet doorverwezen vanwege vage klachten, maar vanwege duidelijke, terugkerende maag en darm klachten waarmee ik toen al 10 jaar liep. Dit is te zien in het huisarts journaal.

Het klopt dat ik geen gehoor heb gegeven aan deze doorverwijzing naar de internist. Te zien in het huisartsen journaal is dat ik dan ziek en niet mobiel ben, en de huisarts wil mij niet bezoeken. Ik kan dus met geen mogelijkheid naar de internist. Zie ook aansprakelijkheid punt 1. Ook heeft de huisarts zelf bij de nieuwe verwijzing naar de internist in 2011 in het huisartsen journaal vermeld dat ik de vorige keer niet kon vanwege ziekte.

De huisarts had echter geen specialist nodig om het vitamine B12 tekort vast te stellen. Dit heeft hij ook zelf gedaan in 2011. Tevens is het een basistaak voor de huisarts om een bloedonderzoek uit te laten voeren. En was daarbij de huisarts beter op de hoogte van klachten dan een specialist, omdat hij het hele dossier in bezit had. De huisarts moet eerst zelf kijken, alvorens te besluiten dat hij er niet uitkomt en een specialist inschakelt;

Zie pagina 22 van de map bewijsstukken, Bericht van Deskundige (een aantal zinnen samengevat):

 “Je kwam steeds bij de dokter met klachten van dit lijstje.  Vooral de tintelingen en de vermoeidheid zouden al een reden moeten zijn geweest voor de huisarts om op B12 te prikken. Dat is lange tijd niet gebeurd, maar je kreeg wel allemaal aparte diagnoses en deze hadden volgens mij nooit gesteld mogen worden omdat er niet op B12 was geprikt. En dat B12-tekort de grote oorzaak was, blijkt later wel uit de extreem lage B12-waarde die in 2011 werd gemeten en het klachtenlijst wat hierbij past.”

De huisarts heeft dus de juiste diagnose veel te laat gesteld.”

Stelling D van de verzekeringsarts:

“Toen eind oktober 2011 naar aanleiding van bloedonderzoek vanwege vage tongklachten het tekort bleek werd behandeling door injecties voorgesteld, conform hetgeen binnen de praktijk van verzekerde usance is. Betrokkene wil echter B12 in tabletvorm en daarin werd toegestemd, conform de ‘state of art’ volgens het NHG- Standpunt-Daignostiek van vitamine B12 deficientie. Vitamine b12 tabletten zijn geen medicijnen in de zin van de geneesmiddelenwet, ze zijn zonder recept bij drogist en apotheek verkrijgbaar en moeten door patiënten zelf worden aangeschaft.”

Mijn verweer:

1: De verzekeringsarts vergeet de moeheid als reden van het bloedonderzoek te melden, zie het huisartsen journaal.

2: Ik wist helemaal niet dat die behandeling ook met tabletten kon, dat is een voorstel van de huisarts. Ik had zelfs nog nooit van een vitamine B12 tekort gehoord. Wanneer de huisarts het belang van de injecties had uitgelegd (dat ik zonder zieker zou worden en dood zou kunnen gaan omdat ik een opnamestoornis had waardoor tabletten ook niet werkten), dan had ik uiteraard akkoord gegaan met de behandeling met injecties. Want, wat is 2 injecties per week tegenover heel ziek zijn of doodgaan?

3: Er is gebleken dat de behandeling met injecties in de praktijk van dokter vd Berg, niet volgens voorschriften is. Dus deze had ook niet juist geweest.

Zie punt 5 van de aansprakelijkheid.

4: Er is ook gebleken dat de behandeling met tabletten in de praktijk van dokter vd Berg niet conform de richtlijnen was.

Zie punt 3 van de aansprakelijkheid.

De verzekeringsarts probeert zijn mening dus te onderbouwen met feiten die allemaal onjuist bleken te zijn.

Pagina 11 van de expertise:

De reactie (uit een later verweer, met het onderbouwd wat er in de expertise staat, en wat ik probeer duidelijk te maken) van de verzekeringsarts van de ASR op dit gedeelte van de expertise:

Zie pagina 57 van de map bewijsstukken, het NHG:

Stelling E van de verzekeringsarts in dit verweer:

“Verzekerde heeft goede afspraken gemaakt met betrokkene, onder meer over herhaling van het bloedonderzoek na 3 maanden. Betrokkene verscheen echter pas na ongeveer 5 maanden opnieuw en bleek toen de tabletten niet consequent genomen te hebben. E.e.a. valt niet onder verantwoordelijkheid van de huisarts maar van betrokkene zelf.”

Het klopt dat betrokkene na 3 maanden een nieuw bloedonderzoek uit zou voeren. Echter ben ik vergeetachtig (geheugenproblemen) en is dit 2 maanden later geworden.

Daarbij had het geen verschil gemaakt als ik precies na 3 maanden was gekomen; De huisarts heeft de uitslagen niet goed geïnterpreteerd waardoor de juiste diagnose over het hoofd werd gezien en heeft alsnog meermalen verkeerde behandelingen ingezet die de schade hebben vergroot. Dat ik 2 maanden later dan afgesproken ben gekomen, heeft dus geen invloed gehad op de daaropvolgende gebeurtenissen en mijn gezondheid, aangezien het vervolg handelen van de huisarts voor de schade heeft gezorgd.

Het feit dat ik niet iedere dag de tabletten innam, komt door de geheugenproblemen en concentratieproblemen die door het tekort zijn ontstaan. Ik heb dit probleem nog steeds met medicatie. Maar gekeken naar het feit dat de huisarts tabletten met een veel te lage waarde voor had geschreven (5 ug i.p.v. 1000ug), kan ik hier niet op aangekeken worden.

Stelling F van de verzekeringsarts:

“Vervolgens werd besloten tot injecties”

Uit het verweer huisarts:

“Ik heb haar toen, omdat de B12 orale suppletie dan blijkbaar niet geholpen had, toch tot 5 injecties kunnen overtuigen, wat het gebruik is in onze praktijk.” 

Zie ook stelling D, foutieve behandelingen huisarts

“In het dossier staat bij 27 juli 2012 en 31 juli 2012 dat de injecties niet hebben geholpen. Ze kreeg er bovendien diarree van.”

Ten eerste is 5 injecties te kort om te kunnen zeggen of er verbetering is wanneer er een ernstig tekort is zoals bij mij (zie weer alle voorschriften en punt 4 en 5 van de aansprakelijkheid). Ten tweede is er de bekende beginverergering, welke vaak optreed bij een tekort welke al lang bestaat en ernstig is.

De huisarts zegt zelf in een verweer:

“Ik spreek eigenlijk altijd met patiënten af dat na we bekijken wat de injecties doen en bespreek daarna een beleid m.b.t. het voortzetten van de injecties, b.v. eens per week, per maand of een andere frequentie, op geleide van de klachten. Ik zie dat niet staan in het dossier van patiënte maar ik zie wel dat ik haar 2 maanden na de laatste injectie, op 31 juli 2012, naar de internist heb verwezen.”

Ten eerste is alsnog de behandeling stopgezet, voordat ik 2 maanden later naar de internist ben verwezen. Dit is niet goed omdat de behandeling stopgezet wordt terwijl dat helemaal niet mag, en het vergroot de schade. Schade wordt hierdoor tevens permanent. Zeker met het oog op de wachttijd voor een afspraak bij een specialist, welke er nog bijkomt voor er eventueel een nieuwe behandeling wordt gestart. (Zie punt 4 en 5 van de aansprakelijkheid)

Ten tweede, als een arts tegen een patiënt met een injectiefobie zegt dat de injecties niet werken (hij wist zelf niet dat dit veel te kort injecties waren en dat er een beginverergering bestaat), en vervolgens voorstelt om te stoppen, zegt de patiënt geen nee. Als de huisarts het belang van de injecties had uitgelegd, dat deze ervoor zouden zorgen dat ik niet zieker werd en zou verbeteren, en dat de injecties van levensbelang zijn, had ik hiermee ingestemd.

Conclusie

  • Ten eerste probeert de verzekeringsarts ervoor te zorgen dat klachten niet serieus worden genomen en onduidelijk overkomen, door ze in ieder stukje als “vage klachten” te bestempelen
  • Ten tweede komt de verzekeringsarts steeds met verdedigingspunten, die helemaal niet kloppen
  • Ten derde gebruikt de verzekeringsarts regelmatig voorbeelden die juist mijn standpunt ondersteunen
  • Ten vierde probeert de verzekeringsarts alle verantwoordelijkheden van de huisarts bij mij neer te leggen. En wie is hier nu de arts?

Het bovenstaande was het eerste verweer. Ga verder met het volgende onderdeel verweer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *