Menu Sluiten

Het niet meer kunnen werken

Schade deel 4

Het niet meer kunnen werken

Sommige dingen kunnen hier misschien wat vreemd overkomen. Maar, voor de rechtszaak moet ik elk punt dat belangrijk is (dus in dit geval het niet meer kunnen werken) kunnen bewijzen en onderbouwen. En omdat de rechtszaak tegen de huisarts in zijn geheel op de blog komt, voeg ik dit er ook bij.

Omschrijving

In het begin kon ik nog redelijk werken, later minder en weer later helemaal niet meer. Steeds heb ik gewerkt tot ik er letterlijk bij neerviel of me niet meer kon bewegen. En collega’s me bijvoorbeeld naar huis stuurden.

Werkgeschiedenis

Vanaf mijn 18e (1999) tot juni 2011 heb ik gewerkt in 2 verschillende supermarkten. In verschillende functies (Kassière, baliemedewerker, bloemen en planten, deli kaas en brood, vers, leidinggevende deli kaas en brood en leidinggevende vers).

  • Vanaf 2008 was ik teamleider over de hele winkel met alle bijbehorende taken (vrachtwagens lossen, vakken vullen, bestellen, dieven aanhouden, openen, sluiten, alle afdelingen aansturen etc.)

 

  • Vanaf ongeveer maart 2009 t/m maart 2011 heb ik eerst geprobeerd om via re-integratie mijn toenmalige functie aan te houden. Dat ging helaas niet. Er werd een functie gecreëerd voor de administratie met een heel aangepast kantoor. Ongeveer maart 2011 werd ik deels afgekeurd en ontving ik gedeeltelijk een WIA uitkering. Ik werkte toen 20-24 uur op de administratie. In april 2011 bleek dat dit ook niet lukte. De stress was te hoog en de moeheid te groot.

 

  • Zodra ik stopte bij de supermarkt, heb ik een webwinkel opgezet voor kralen, accessoires en meer. Helaas had ik toen de kennis nog niet, waardoor dit mislukte.

 

  • Ongeveer 2011-2012 heb ik op een binnenmarkt gestaan. Eerst een aantal hele dagen, maar al gauw werden dit dagdelen, in samenwerking met anderen. Maar ik was altijd ziek. Uiteindelijk moest ik ermee stoppen omdat het te zwaar was.

 

  • Ongeveer in 2012 heb ik ook nog geprobeerd (rond die tijd zat ik ook in een re-integratie traject van het UWV) om een webwinkel voor tweedehands kleding op te zetten. Maar al voordat deze goed gestart was, bleek dat het te zwaar was om de kleding te wassen, strijken, op foto’s te zetten en te vouwen. Dus ook daar moest ik mee stoppen.

 

  • In deze jaren heb ik ook geprobeerd verschillende websites en blogs op te zetten. Dat is in eerste instantie aardig gelukt, maar op een gegeven moment begreep ik niet meer hoe alles in elkaar zat, maakte ik grote fouten (waardoor bijvoorbeeld de hele website verdween) en had ik geen concentratie om dit te doen.

 

  • 2013 heb ik een webwinkel opgezet voor poppenhuis spullen (voor verzamelaars). Ondanks dat ik met heel weinig voorraad begon, en veel bestelde bij de leverancier op bestelling van de klant, is deze uiteindelijk aardig gaan lopen. Maar ook dit werd steeds moeilijker. Ik kreeg steeds meer problemen met de trap in de flat (de voorraad stond in de kelder), moeite om de bestellingen weg te brengen, en maakte fouten door bijvoorbeeld het verkeerde artikel op te sturen. Ik kon niet meer omgaan met moeilijke klanten, begreep de administratie niet en moest steeds hulp vragen van een vriendin of mijn moeder. Deze webwinkel heb ik 2015 verkocht.

 

  • Toen ik de webwinkel moest verkopen, wilde ik niet stoppen met werken. Ik bedacht iets anders; een stichting voor de opvang van wilde dieren. Met het idee dat over het algemeen de vrijwilligers het meeste lichamelijke werk zouden doen. Ook zou ik dit samen met iemand doen, waardoor ik minder kon werken. Maar toen ik het plan hiervoor niet eens op papier kreeg door de moeheid en concentratie, besefte ik dat het gewoon niet meer ging lukken om nog te werken. Dit is dus nooit van de grond gekomen.

 

  • In 2015 heb ik een boek geschreven, toen ik erachter was gekomen wat er mis was met mijn gezondheid. Ik heb van diverse lezers de vraag gekregen of ik al op mijn tandvlees liep toen ik het boek schreef, vanwege alle schrijffouten. Het boek staat nu nog te koop, maar ik doe zelf weinig aan promotie (vanwege de moeheid, stress en het niet helemaal begrijpen).

Getuigenverklaringen:

Om aan te tonen dat ik graag werkte (ik werkte uit mezelf in de supermarkt gemiddeld 50 uur per week, en nam ook nog werk mee naar huis), en me altijd heb ingezet, ondanks dat ik ziek was, heb ik een aantal verklaringen/rapporten die ik wil delen om dit te onderbouwen. Maar ook het feit dat het werken steeds moeizamer werd en helemaal niet meer lukte.

Stukken:

Uit privacy overwegingen deel ik hem niet direct, maar schrijf ik de tekst over. In het jaar voor ik ziek werd (2008) kreeg ik een kerstkaart van mijn werkgevers. Daarin staat:

“Je zet je altijd voor 100%, nee wel 200% in. Altijd ben je met de afdeling bezig, om het nog beter te doen. Zonder jouw inzet, zou het nooit zo’n goed jaar zijn geworden. 2009 wordt nog beter”

Als tweede het eindrapport van het re-integratie traject vanuit het UWV, nadat ik gestopt was bij de supermarkt en met mijn eerste webwinkel. Ook dit rapport laat zien dat ik graag wil werken en mij zo goed mogelijk inzet, maar dat de lichamelijke klachten ervoor zorgen dat dingen niet lukken. Dit rapport is uit 2014.

Ook vanwege de privacy, deel ik hier alleen een screenshot van een stukje van het rapport:

Mijn moeder heeft voor het UWV in 2016 (het jaar voor zij overleed) een verklaring geschreven. In de hoop dat zij als getuige kon functioneren, van “mijn kunnen”. (niet helemaal goed te lezen vanwege de inkt)

De verklaring van een goede vriendin, ook voor het UWV in 2016:

“…. ik ben bevriend met Linda de Klerk sinds de kleuterklas. Hierdoor kan ik u iets vertellen over haar karakter, haar verleden en haar heden.

Linda de Klerk is graag nuttig bezig, sociaal actief en heeft een passie voor dierenwelzijn. Ze gaat tot het uiterste om dingen gedaan te krijgen, ze kan soms koppig zijn en is absoluut niet lui. Helaas kan ze niet meer nuttig bezig zijn. Ook sociaal actief is ze niet meer, hoe graag ze dat ook wil zijn.

Ze ging met plezier naar haar werk of school en in de weinige vrije tijd die ze had was ze altijd iets aan het ondernemen met vrienden. Ze had een zeer grote vrienden kring waarvan het mij een raadsel is waar ze de tijd en energie vandaan haalde om al die vriendschappen te onderhouden. Helaas werd ze ziek en het is zoals ze zeggen. Op zulke momenten leer je pas wie je echte vrienden zijn. Veel hebben haar laten vallen omdat ze afspraken moest afbellen op het laatste moment, niet naar verjaardagen kon of omdat ze niet zomaar langs konden komen.

Op haar werk in de supermarkt ging ze er altijd vol voor. Ze werd gewaardeerd en was blij met haar functie en de meeste van haar collega’s. Toen ze ziek begon te worden moest ze naar een administratieve functie en helaas moest er later besloten worden dat ook dit niet meer ging. Op het moment dat ze wist dat dit er aan zat te komen is ze gaan kijken wat ze nog kon doen. Want stilzitten dat wilde ze niet. Ze is een webwinkel begonnen omdat je dan je uren geheel zelf kan indelen. Ze had de kennis nog niet waardoor dit mis gegaan is maar heeft er wel veel van geleerd en is verder gaan werken op het internet. Uiteindelijk had ze een goed lopende webwinkel. Die ze met niets heeft opgebouwd. Alleen als een webwinkel goed begint te lopen heb je ook verantwoordelijkheden jegens je klanten. Het werk werd teveel en te zwaar. De laatste paar maanden heb ik haar geholpen met administratie, inpakken en verzenden van bestellingen en communicatie naar klanten. Ze maakte steeds meer fouten en kon het werk fysiek niet aan. Daarom moest ze besluiten haar webwinkel te verkopen.

Nog een klein stukje verleden en dan zijn we bij het heden aangekomen. Ze had de diagnose fibromyalgie gehad en kreeg bij bijna elke klacht waarvoor ze naar de huisarts ging te horen dat het erbij hoort. Uiteindelijk kreeg ze de diagnose dat ze vitamine B12 tekort had en kreeg verkeerde behandeling, na verkeerde behandeling. Ze kreeg later per ongeluk iets te lezen over B12 tekort en beiden hebben we er ons toen in verdiept. Ik heb allerlei informatie die er te vinden was op internet gelezen inclusief onderzoeksrapporten. Alles viel op zijn plaats maar helaas heb ik ook een onderzoeksrapport gelezen over de gevolgen van verkeerd behandelen. Dat doet namelijk meer schade dan goed. Nu leven we in een wereld waar een vitamine B12 opnameprobleem niet serieus word genomen. Er wordt doodleuk gezegd dat je meer groente moet eten terwijl vitamine B12 ten eerste alleen in vleesproducten zit en ten tweede een opnameprobleem betekend dat je het niet uit je eten haalt. Dat terwijl vitamine B12 erg belangrijk is voor ons lichaam. Ze speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van DNA, cel herstel, bloedaanmaak en de hersenfunctie.

Hoewel Linda de Klerk vandaag de dag een goede behandeling krijgt is er in de loop van de tijd teveel schade opgebouwd die niet meer terug te draaien is. Ze doet het huishouden in kleine stapjes en alleen de dingen die moeten. Zo neemt ze alleen het aanrecht en het gasfornuis af. Ze doet de afwas 1x per twee dagen. Stofzuigen doet ze bijna elke dag een ruimte en ze leunt op de stang. Het toilet wordt dan nog gedaan en dat was het eigenlijk wel. Ze slaapt elke middag omdat ze anders de energie niet heeft om eten te koken. We spreken meestal, en dit is gemiddeld 1x per 10 dagen, af om samen te eten en dan nog een film te kijken. Als ik naar haar ga dan help ik met koken en bij mij kook ik alleen. Vroeger waren we regelmatig een hele dag de hort op. Nu gaan we naast af en toe bij elkaar eten nog wel eens naar evenementen of winkelen, gemiddeld een keer per zes weken. Dat doen we dan in de ochtend en we zitten meer op een bankje te rusten dan dat we iets nuttigs doen. Als ik naast haar loop steek ik automatisch mijn arm uit bij een oneffenheid in de weg omdat ze meer dan eens op de grond heeft gezeten of omdat haar benen het niet altijd doen zonder begeleiding. Zelfs haar spraak wordt minder naarmate ze moe wordt. Ze gaat mompelen en draait woorden om. Ook haalt ze cijfers door elkaar wat de reden is dat ik haar belasting aangifte heb gedaan dit jaar. Haar poging klopte totaal niet.

We hebben allemaal goede en slechte dagen en Linda de Klerk heeft deze uiteraard ook. Het vervelende is alleen dat een goede dag voor haar betekend dat ze zich grieperig voelt en aan het einde van de dag geen energie meer heeft, ondanks een middagdutje. Ik ben de laatste jaren naar bijna al haar afspraken met dokters en instanties mee geweest. Helaas kan ik deze keer niet mee omdat ik moet werken.”

De gemeente en het WMO

Misschien is het WMO niet direct van toepassing op het feit of ik al dan niet kan werken. Toch wil ik dit graag toevoegen, aangezien zij bij mij thuis zijn geweest en gesprekken met mij hebben gehad, waarna zij beoordeeld hebben dat ik beperkingen heb/bepaalde dingen niet kan. Dit onderbouwd wel mijn mening/ervaring dat ik niet meer kan werken. Het WMO zegt niet “zomaar” hulp(middelen) toe.

In 2016 kon ik mijn thuissituatie niet meer aan. Ik werd toen al c.a. 2 jaar aan 1 stuk door getreiterd door verschillende buren vanwege mijn hoorbare klachten. Omdat ik wilde verhuizen, maar niet het geld ervoor had, heeft de wijkmeester de hulp van een stichting ingeroepen. Omdat ze al begrepen hadden dat ik ziek was en ook beperkingen had, kwam deze samen met iemand van de afdeling WMO van de gemeente bij mij thuis om te kijken hoe ze konden helpen.

Zonder dat ik er zelf ook maar aan gedacht had (ik wilde alleen maar weg waar ik zat, was in paniek), begon de mevrouw van het WMO over een heel aangepast huis. Ze bekeek welke beperkingen ik had, en wilde voor mij een huis regelen met een traplift, aanpassingen in de badkamer etc.

Helaas hadden zij op dat moment alleen woningen die te duur waren i.v.m. mijn uitkering, of woningen die ook weer heel gehorig waren, in minder sociale buurten. Dat durfde ik niet aan, waardoor ik zelf ben verhuist naar een (dacht ik) minder gehorige hoekwoning, met maar aan 1 kant buren, en verder stonden alle huizen er een stuk vanaf. Dit huis kon niet aangepast worden.

Ik kon de communicatie hierover niet direct terug vinden. Maar in het rapport van het WMO van dit jaar, kunt u lezen dat dit zo was. Dit rapport zal ik na het volgende punt toevoegen.

Ongeveer augustus 2018 heb ik bij het WMO een aanvraag voor een scootmobiel ingediend. Mijn auto moest naar de sloop, en zonder auto kan ik zelf niet eens boodschappen doen. Gelukkig heeft mijn zus me toen geld geleend (wat ik waarschijnlijk nooit zal kunnen terug betalen), want juli 2019 is de scootmobiel er nog niet. Uiteindelijk augustus 2019 heb ik de scootmobiel ontvangen. Tevens is de entree van mijn woning hiervoor aangepast.

Omdat ik uit het UWV was gezet (zie de rechtszaak tegen het UWV, deze zal ik later toevoegen) kwam ik in de bijstand van de gemeente terecht. Omdat mijn contactpersoon daar niet wist wat hij met mij moest, heeft hij een haalbaarheidsonderzoek door het UWV laten uitvoeren in 2019.

Omdat zij zagen dat werken geen optie was, hebben ze mij voor de komende 5 jaar vrijgesteld van de participatieplicht, omdat ik duurzaam geen arbeidsvermogen heb. Een screenshot van het rapport zal ik hieronder toevoegen:

Het UWV:

 

Omdat ik steeds zieker werd, heb ik diverse keren (mede op aanraden van medewerkers van het UWV die een cursus gaven) een herkeuring aangevraagd, sinds ik in 2011 gedeeltelijk was afgekeurd met urenbeperking. Er veranderde niets omdat er niets duidelijk aan te tonen was.

Toen ik in 2015 echt niet meer kon werken, en erachter was wat er mis was met mijn gezondheid, heb ik weer een herkeuring aangevraagd. Omdat er weer niets veranderde, ben ik toen in bezwaar gegaan. De reactie van het UWV hierop was mij 100% goed te keuren zonder urenbeperkingen. Sindsdien loopt hier een rechtszaak voor. In de zomer van 2018 was de rechtszaak en de rechter gaf het UWV gelijk (ondanks dat hij tijdens de zitting aangaf dat het niet klopte, omdat ik 5 jaar voor meer dan de helft afgekeurd was, en terwijl er diagnoses bij waren gekomen, ik ineens 100% was goedgekeurd). Nu loopt er een hoger beroep, dat nog c.a. 1,5 jaar kan duren.

Ook het UWV constateert in de eerste jaren dat ik achteruit ga:

Na 2 jaar re-integratie werd (in 2011) vastgesteld door het UWV dat ik 40% arbeidsongeschikt was. De FML van dat moment is niet meer aanwezig bij mij, maar wel het verzekeringskundige rapport. Er staat in het rapport dat ik verminderd belastbaar ben in zwaardere fysieke belastingen en dat ik minder kan werken, 6 uur per dag.

In maart 2012 volgt er weer een herkeuring; Ik wordt opnieuw beoordeeld en 60,9% arbeidsongeschikt bevonden. Er wordt geconcludeerd dat ik geen toegenomen beperkingen heb, en nog steeds 6 uur per dag kan werken.

Mei 2013 volgt er weer een herkeuring omdat ik merkte dat ik steeds zieker wordt. Het arbeidsongeschiktheidspercentage wijzigt weer naar 55,49%. De FML laat zien dat ik volgens het UWV op dat moment beperkt ben:

een werkplek zonder stress en onderbrekingen, geen koel/vries werkzaamheden mag doen, geen verzwarende middelen mag dragen, beperkt kan werken met toetsenbord en muis, geen forse krachtinspanningen mag maken met hand/arm, beperkt is in frequent reiken, beperkt is in duwen en trekken, beperkt is in tillen en dragen, beperkt is in frequent hanteren lichte voorwerpen, beperkt is in frequent hanteren zware voorwerpen, beperkt kan lopen, beperkt kan traplopen, beperkt kan klimmen, beperkt kan zitten, beperkt kan staan, beperkt geknield of gehurkt actief kan zijn, beperkt gebogen en/of getordeerd actief kan zijn, beperkt boven schouderhoogte actief kan zijn, enkel overdag mag werken, geen wisselende en onregelmatige diensten mag draaien en c.a. 20 uur per week kan werken.

2014 volgt er weer een herkeuring, zonder gevolgen

2015 volgt weer een herkeuring zonder wijzigingen, waarop ik in bezwaar ga omdat het werken niet meer lukt. Hierdoor volgt in 2016 weer eenzelfde herkeuring waarop ik in bezwaar ga, met als gevolg dat ik 100% wordt goedgekeurd (hier staat het UWV om bekend).

Het is teveel om alle (uitgebreide rapporten van het UWV toe te voegen aan de blog. Maar in de officiële stukken voor de rechter zijn ze wel toegevoegd uiteraard.

Ga verder met deel 5 van de schade