Menu Sluiten

Tussenliggende verweren van de verzekeringsarts

Omdat veel dingen die door de verzekeringsarts van de ASR die worden aangedragen, eigenlijk hetzelfde zijn, voeg ik hier nog een aantal punten samen. Deze punten komen uit de tussenliggende verweren, vanaf het eerste verweer van september 2016 tot het laatst verweer van februari 2018.

Stelling 5a van de verzekeringsarts

“De meest kenmerkende verschijnselen om aan een vitamine B12 tekort te denken, voor zover er überhaupt meer/minder specifieke verschijnselen en/of klachten zijn, of althans klachten/verschijnselen die aanleiding zouden moeten geven tot nader onderzoek is een (macrocytaire) bloedarmoede en neurologische symptomen als tintelingen en ataxie, een coördinatiestoornis. Daarbij dient uiteraard rekening gehouden te worden met bepaalde risicogroepen zoals patiënten met een atrofische maagslijmvliesontsteking, de ziekte van Crohn, vegetarisme/veganisme, regelmatig/overmatig gebruik van alcohol en gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Dat hier sprake was van een van deze situaties is mij niet gebleken.”

Mijn verweer:

Overal zijn de lijsten met veel voorkomende klachten van een vitamine B12 tekort te vinden. Deze zijn niet vaag, maar duidelijk herkenbaar. Ook blijkt duidelijk in het medische dossier van de huisarts, dat ik, in de tijd dat hij mijn huisarts was, 72 keer bij hem ben geweest met klachten die vallen onder een vitamine B12 tekort. In het dossier dat hij tot zijn bezit had van de vorige huisarts, staan nog zo’n 30 keren dat ik geweest ben met die klachten. Dus in totaal 100 keer! Zie ook de lichamelijke schade en te laat getest

Ook heeft de huisarts nooit getest op bloedarmoede, dus kan dit niet als verweer gebruikt worden.

De tintelingen waren al sinds 2003 aanwezig, daar ben ik meermalen voor geweest en dit is in het dossier te vinden. Ook de risicogroepen waren aanwezig. De huisarts vermeld zelf diverse keren in het dossier een maagslijmvliesontsteking (de gastritis, alleen niet welke want dat is toen nooit onderzocht of bij mij gemeld). En ook het gebruik van de geneesmiddelen die erom bekend staan een opnamestoornis te veroorzaken werden al jaren voorgeschreven zoals in het dossier te zien is.

!Bovenstaande staat zelfs vermeld in de door verzekeringsarts zelf meegestuurde stukken ter onderbouwing van zijn stellingen, waar hij graag uit citeert… Dus hoe kan dit ooit als een rechtmatig verweer worden ingezet??? Zie ook weer te laat getest

 

Stelling B uit een verweer van de verzekeringsarts

(verkort omdat het anders erg lang en hetzelfde wordt)

“Verzekeringsarts geeft nu aan dat de tintelingen geen vermoeden tot een B12 tekort kunnen geven, en dat dit voor de tijd van de huisarts is.”

Mijn verweer:

Ten eerste, zie zijn eigen beweringen hierboven, en het eerste verweer van de verzekeringsarts. Daarin geeft hij zelf steeds aan dat het NHG tintelingen ziet als teken dat er getest moet worden op een vitamine B12 tekort… En hij gebruikt de informatie van het NHG steeds weer als onderbouwing, waar dit dus ook in staat.

Ik ben hier meermalen voor geweest, ook bij deze huisarts, zoals in het dossier te zien is. Maar omdat hij zei “het hoort erbij en er is niets aan te doen”, heb ik dit niet vaker meer genoemd. Daarbij zouden deze klachten door hyperventilatie ontstaan zijn. Ik heb duidelijk aangegeven dat ook na het volgen van een cursus hiervoor, de klachten niet verminderde.

Daarbij staan nog steeds de overige klachten in het dossier waar ik voor ben geweest en gelden nog steeds de 2 risicogroepen waar ik in val (zie hierboven).

Stelling B (verkort uit een volgend verweer):

“De huisarts geeft in het verweer aan dat hij niet de onderhoudsfrequentie van de injecties heeft verlaagd van 2 maanden naar 3 maanden” Ook geeft de verzekeringsarts aan dat de internist geen onderhoudsfrequentie heeft opgegeven van 1 injectie per 2 maanden. 

Als de 1 injectie per 2 maanden niet voorgeschreven is door de internist, waarom doet hij dit dan de eerste maanden wel? Daarbij staat overal in het dossier duidelijk vermeld wanneer ik zelf iets vroeg w.b.t. medicatie. Dat staat hier niet bij in het dossier. Ook kan de huisarts zelf kijken naar een bijsluiter of het Farmacotherapeutisch Kompas, welke hij ook gebruikt om andere behandelingen op te zoeken. Daar staat in dat de minimum dosering 1 injectie per 2 maanden is. Bovendien heb ik later zelf weer de injectie per 2 maanden gevraagd, omdat ik het gevoel had dat het niet klopte. En later dat ik achter de juiste informatie kwam, heb ik zelfs 2 injecties per week gevraagd, zoals werd aanbevolen/voorgeschreven.

Nog een verweer van de verzekeringsarts

“De huisarts geeft aan dat er voor de 2 injecties per week die patiënte vraagt, geen verwijzing is van de internist.”

Mijn verweer

Ten eerste is hier geen advies voor nodig van een specialist. Vitamine B12 kan prima door een huisarts worden voorgeschreven. In dit geval ook logischer, aangezien de huisarts op de hoogte was van alle klachten, en ook op de hoogte was van het feit dat er neurologische klachten aanwezig waren.

Ten tweede staat dit ook in alle voorschriften en bijsluiters, en heb ik alle informatie aan de huisarts gegeven om mijn vraag te onderbouwen. Waaronder ook informatie van gespecialiseerde artsen. Ook dit is terug te vinden in het huisartsen journaal.

Stelling E uit een verweer van de verzekeringsarts:

De verzekeringsarts citeert een stuk uit het NHG-Standpunt: “Voor routinematige periodieke controles van de vitamine B12 spiegel bij gebruikers van metformine of een protompompremmer (TN: zoals de Omeprazol) bestaat vooralsnog onvoldoende grond”. 

En zegt hierover:

“Van een belangrijke op zich staande risicofactor is in deze dan ook geen sprake.”

Mijn verweer

Wat de verzekeringsarts vergeet te melden, is dat het NHG Standpunt wel aangeeft dat er bij gebruik van Protompompremmers eerder gedacht moet worden aan een vitamine B12 tekort, en dat dit wel een risicogroep is.

Er hoeft misschien volgens het NHG niet standaard periodiek gecontroleerd te worden, maar wanneer er klachten bestaan en iemand gebruikt een protompompremmer (zoals ik), moet dit wel gecontroleerd worden volgens hetzelfde NHG Standpunt als waar de verzekeringsarts uit citeert. Het klopt dus ook niet dat hij beweerd dat er geen sprake is van een risicofactor, want dat is niet wat het NHG zegt.

Stelling 2A uit het verweer van december 2017

“Het NHG Standpunt Diagnostiek was er pas sinds 2014”

Mijn verweer

Dit klopt. Echter was er wel de NHG werkafspraak inzake vitamine B12 tekort (sinds 2004), stond de behandeling al in de bijsluiter, was er voldoende informatie bekend over het tekort (zie eerdere punten en bewijsstukken, zoals het geneeskundige tijdschrift) en stond de juiste informatie al op het Farmacotherapeutisch Kompas welke de huisarts zelf gebruikt (zie ook eerdere punten en bewijsstukken). Dus, meer dan voldoende andere mogelijkheden om op de hoogte te zijn van het behandelen van een B12 tekort.

Stelling E

“De verzekeringsarts betwijfeld of de neuroloog de juiste diagnose heeft gesteld, of het juiste klachtenbeeld bij de DVN heeft.”

Mijn verweer

Hoe zou het kunnen dat de verzekeringsarts beter weet wat neurologische klachten van DVN zijn, dan een neuroloog met jarenlange ervaring op dit vlak, welke alles onderzocht heeft?

Dus, is dit een kundige verzekeringsarts? Ik vind van wel. Maar dan op het vlak van liegen, verdraaien en oneerlijke praatjes houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *